Welkom

Blauwe druiven

 

Agiorgitiko

Inheems Grieks ras, waarvan de naam verwijst naar Sint Joris. Agiorgitiko wordt gebruikt voor enkele van de beste Griekse rode wijnen uit het midden en zuiden van het land, waaronder de bekende Nemea. Ze beschikken over het nodige fruit, maar komen soms wat zuren tekort. Wordt regelmatig geassembleerd met cabernet sauvignon.

 

Aglianico

Smaakbepalend druivenras van Griekse herkomst - ellenico - in de gebieden Campania en Basilicata ten zuiden Napels. In topvorm op vulkanische bodems. Wijn met veel kleur en veel smaakintensiteit. Bekendste representanten van de klassieke stijl zijn Taurasi en Aglianico del Vulture.

 

Aragonez

Aragonez is de Portugese naam voor de nationale druif van Spanje, de Tempranillo. In Spanje is deze druif onder diverse namen bekend, zoals Cencibel, Tinto del pais of Ull de llebre. Tempranillo wordt veel aangeplant in streken als Rioja, Ribera del Duero, Valdepeñas, Navarra, Costers del Segre en langs de Middellandse Zeekust. De Tempranillo druiven rijpen vroeg en hier dankt hij dan ook zijn naam aan. Immers Temprano betekent in het Spaans 'vroeg'. De druif produceert wijnen met veel kleur en structuur die goed op hout kunnen rijpen. Zijn zuurgraad is relatief laag, wat de toegankelijkheid ten goede komt. Tempranillo wordt zowel ongemengd als geblend op de markt gebracht. Ook in Portugal is Aragonez te vinden en daarmee een van de weinige Spaanse rassen in dat land. De Portugezen noemen hem ook wel Tinta roriz. Buiten het Iberisch schiereiland is de druif enkel te vinden in Argentinië, waar hij de naam Tempranilla draagt.

 

Baga

Typisch inheems en veel aangeplant Portugees ras. De naam betekent ‘bes'. Baga is bekend en ook wel berucht om krachtige, tanninerijke wijnen met veel kleur, zoals Bairrada. Ze kunnen echter goed rijpen. Baga is daarmee een beetje de tannat van Portugal. Ook aangeplant in de Dão en Ribatejo.

 

Barbera

Barbera is voornamelijk aangeplant in Noord Italië en op z'n best in Piemonte. Het zijn toegankelijke wijnen in vergelijking met de eveneens uit Piemonte afkomstige Nebbiolowijnen zoals Barolo en Barbaresco. De Barbera wijnen bezitten minder tannines, veel fruit en een herkenbare zuurgraad. Barbera is behalve in Italië ook te vinden in Californië en Argentinië.

 

Blaufränkisch

Oostenrijks ras, gewaardeerd om zijn uitgesproken fruitige karakter en goede structuur. Blaufränkisch is smaakbepalend voor rode wijnen uit het Burgenland, puur of gemengd met cabernet sauvignon, st laurent en/of pinot noir. Met of zonder hout. Onder benamingen als kékfrankos, limberger, lemberger en franconia ook aangeplant in respectievelijk Hongarije, Duitsland, Washington State en de Italiaanse regio Friuli.

 

Bobal

Een lokale blauwe druivensoort met een lichte schil die voornamelijk in Oost-Spanje is aangeplant. De druif wordt verbouwd in de gebieden Levante, Utiel-Requena en Valencia. Ook wel bekend onder de namen Provechón, Requena en Tinto de Requena. De druif wordt gebruikt voor het maken van rode en rosé wijnen. Vanwege zijn mooie zuren wordt de druif ook gebruikt om de levensduur van bepaalde wijnen te verlengen.

 

Bonarda

Aromatische en enigszins exotisch aandoende druif uit Piemonte, waarvan de naam vooral verschijnt op de etiketten van wijnen uit het Argentijnse Mendoza. Geeft wijnen met een heel aparte, behoorlijk fruitrijke smaak.

 

Bovale

De rode druivensoort Bovale komt voornamelijk voor op het Italiaanse eiland Sardinië. Waarschijnlijk bestaat er een verband tussen de Bovale druif en de Spaanse druivensoort Bobal. Van de Bovale druif bestaan twee verschillende soorten: de Bovale Grande en de Bovale Sardo. De Bovale Grande is de meest voorkomende soort van de Bovale druif en wordt het meeste gebruikt voor mengsels. De Bovale Grande druif zorgt voor een krachtige rode kleur aan de wijn. De Bovale Sardo wordt gebruikt voor het maken van een aantal DOC-wijnen. Deze druif geeft een kruidig karakter aan de wijn.

 

Cabernet Franc

Cabernet Franc is het kleine broertje van de Cabernet Sauvignon en de belangrijkste druif voor rode Loirewijnen. In jaren met beperkte rijpe druiven wordt de wijn gekenmerkt door een aroma dat doet denken aan groene paprika. De wijnen kunnen variëren van lichte, fruitige wijnen tot zeer geconcentreerde ‘bewaarwijnen’. In de Bordeaux speelt de Cabernet franc een belangrijke rol in assemblages met Cabernet Sauvignon en Merlot.

 

Cabernet Sauvignon

De belangrijkste druif van de Médoc, Bordeaux en staat bekend om zijn wijnen met kracht en diepe kleur. Omdat het groeiseizoen lang is, moeten de wijngaarden worden aangeplant op iets warmere plaatsen.
Het is dé blauwe druif van de hele wereld voor het maken van rode wijn met aroma’s van donkerrood fruit zoals zwarte bessen, rijpe pruimen, kruidig, kaneel, munt, eucalyptus, bieten en zwarte olijven. Cabernet Sauvignon wijnen lenen zich uitstekend voor houtopvoeding en kunnen daardoor lang rijpen. In hun jeugd kunnen ze door de tannines wat stug overkomen. Daarom worden ze vaak gemengd met 'zachtere' rassen zoals Merlot en Cabernet Franc waardoor de wijnen zachter en robuuster worden.
Cabernet Sauvignon staat ongeveer overal in Europa aangeplant. In het Franse Zuiden (Vin de Pays d'Oc) en Zuidwesten, in Spanje, Italië en in Midden- en Oost-Europa. Daarnaast heeft de Cabernet een solide reputatie opgebouwd in Californië, Chili en Australië en ook in andere 'nieuwe' wijnlanden zoals Zuid-Afrika en Argentinië neemt hij een prominente plaats in.

 

Canaiolo

Canaiolo is een middelmatig productieve Italiaanse druivensoort voor rode Chianti wijn. Deze druivensoort heeft zelden last van ziektes. De wijnen zijn vrij bitter en neutraal. De Canaiolo wordt dan ook meestal gebruikt voor zijn kleur in blends met Sangiovese. Vooral in Toscane wordt de Canaiolo volop aangeplant, vooral in Chianti maar ook rond de stad Lucca. De smaak en geur van Canaiolo doen denken aan mild rijp fruit.

 

Carignan

De Carignan wordt veel in het Middellandse Zeegebied aangeplant, en wordt in Spanje Cariñena genoemd. De Carignan genoot in het verleden veel populariteit bij producenten vanwege hoge opbrengsten maar wordt tegenwoordig in hoog tempo gerooid ten gunste van kwalitatief betere rassen.
Carignan geeft wijnen met veel kleur, veel tannines en veel zuren, maar de wijnen zijn weinig verfijnd. Door een assemblage met Grenache en Cinsaut wordt ze een toegankelijke wijn.

 

Cariñena

De Cariñena is het Spaanse synoniem voor de Carignan, die veel in het Middellandse Zeegebied aangeplant wordt. De Cariñena genoot in het verleden veel populariteit bij producenten vanwege hoge opbrengsten maar wordt tegenwoordig in hoog tempo gerooid ten gunste van kwalitatief betere rassen. Carignan geeft wijnen met veel kleur, veel tannines en veel zuren, maar de wijnen zijn weinig verfijnd. Door een assemblage met Grenache en Cinsaut wordt ze een toegankelijke wijn.

 

Carmenère

Medio jaren '90 is de Carmenère in Chili herontdekt als ras. Carmenère stond ooit op grote schaal aangeplant in Bordeaux en werd eind 19e eeuw naar Chili gebracht. In Bordeaux werd hij weggevaagd door de phylloxera en daarna vanwege zijn structurele gevoeligheid voor ziekten niet meer heraangeplant. In Chili werd deze druif lange tijd aangezien voor Merlot, maar is daar nu min of meer de 'nationale' trots geworden! Carmenère heeft veel aandacht nodig en moet letterlijk kort gehouden worden. Hij doet qua wijn wel wat denken aan een Cabernet Franc.

 

Castelão

De Castelâo-druif wordt met name in zuid-Portugal aangeplant en staat ook wel bekend onder de namen Periquita, Mortagua en Jono. Het is een van de meest verbouwde druivensoorten in het zuiden van Portugal. Castelâo is echter een tamelijk lastige druivensoort die niet erg gevoelig is voor meeldauw. Hij vertoont vaak te veel vegetatieve groei en stelt hoge eisen aan de bodem. Deze druif houdt van een warm klimaat en geeft meestal aantrekkelijke, lichte wijnen met een laag zuur- en een hoog alcoholgehalte. Deze druif geeft de wijn een typisch rustiek aroma. De wijnen vereisen veroudering en opslag op eikenhout verhoogt de kwaliteit.

 

Cencibel

Cencibel is de nationale druif van Spanje en daar bekend onder diverse namen, zoals Tempranillo, Tinto del pais of Ull de llebre. Cencibel wordt veel aangeplant in streken als Rioja, Ribera del Duero, Valdepeñas, Navarra, Costers del Segre en langs de Middellandse Zeekust. De Cencibel druiven rijpen vroeg en hier komt de naam Tempranillo dan ook vandaan. Immers Temprano betekent in het Spaans 'vroeg'. De druif produceert wijnen met veel kleur en structuur die goed op hout kunnen rijpen. Zijn zuurgraad is relatief laag, wat de toegankelijkheid ten goede komt. Tempranillo wordt zowel ongemengd als geblend op de markt gebracht. Ook in Portugal is Cencibel of Tempranillo te vinden en daarmee een van de weinige Spaanse rassen in dat land. De Portugezen noemen hem Tinta roriz of Aragonez. Buiten het Iberisch schiereiland is de druif enkel te vinden in Argentinië, waar hij de naam Tempranilla draagt.

 

Cinsau(l)t

Cinsaut, in het Frans Cinsault, is een van de druiven uit het Zuiden van Frankrijk. In het verleden het meest aangeplante blauwe druivenras in Zuid-Afrika. Toen bekend onder de naam Hermitage. Cinsaut levert soepele en toegankelijke wijnen op, met wat zwoel fruit. Wordt veel gebruikt om te vermengen om zo de wijn een steviger en kruidiger karakter te geven. Aroma’s; wild, bacon, zwarte peper, leer en tabak.
Hij staat op vrij grote schaal aangeplant in het hele zuiden van Frankrijk, in de Languedoc, Zuid Rhône en Provence. Cinsaut speelt eveneens een belangrijke rol in Zuid-Afrika, en ook daar vooral in blends.

 

Corvina

Belangrijke druif in de Italiaanse regio Veneto voor wijnen als Bardolino en Valpolicella. Corvina zorgt voor fruit (kersen) en een ietwat amandelachtig aandoende smaak. Zeer geschikt voor indrogen en aansluitend de productie van amarone wijnen.

 

Corvinone

De druif Corvinone - wat letterlijk 'grote Corvina' betekent - wordt traditioneel gezien als een subvariëteit of mutatie van de Corvina. Steeds meer experten zijn het er vandaag echter over eens dat de Corvinone op z'n best een ver familielid is van de Corvina. De Corvinone geeft wel vruchten op de eerste kiemen van de plant en heeft een diepere kleur, een hoger suikergehalte en stevigere tannines dan de Corvina. De vrucht is duidelijk groter en is de laatste van de drie druivensoorten die in de Appassimento-methode gebruikt worden.

 

Dolcetto

Piemontese blauwe druif. Al suggereert dolce een zoete wijn, in de praktijk produceert dolcetto juist droge wijnen. Vergeleken met die van barbera of nebbiolo hebben ze een lage zuurgraad. Gecombineerd met het fruit maakt dat ze betrekkelijk soepel en toegankelijk.

 

Dornfelder

Nog betrekkelijk jonge, maar heel succesvolle Duitse kruising die op zijn best diep gekleurde, soepel smakende wijnen oplevert. Veel aangeplant in gebieden als Rheinhessen en Pfalz.

 

Gamay

De Gamay Noir à jus blanc, zoals de officiële naam luidt, is dé druif van de Beaujolais. Zijn voornaamste kenmerken zijn fruitigheid en elegantie. Geeft in de regel wijnen om jong te drinken, al kunnen de steviger crus uit de Beaujolais soms behoorlijk goed rijpen. Buiten de Beaujolais is de Gamay ondermeer aangeplant in de omgeving van Lyon en in Touraine.

 

Garnacha (Grenache)

Voluit: Grenache Noir, want er is ook een Grenache Blanc en een Grenache Gris. En in Spanje wordt hij Garnacha genoemd waar hij van origine vandaan komt. Deze druif wordt veel gebruikt voor het maken van rosés en wordt in het oosten van het zuidelijke Rhône gebied gebruikt in de melange met andere rassen zoals Syrah, Mourvedre, Cinsault en Carignan. Grenache is een druif die zorgt voor fruit en rondheid en kan zeer toegankelijke wijnen geven met weinig tannines en een lage zuurtegraad. Grenache heeft ook zijn weg gevonden naar Californië en Australië, waar hij in de regel deel uitmaakt van zogeheten Rhône-blends.

 

Graciano

Graciano is een Spaanse druivensoort die gebruikt wordt voor het maken van rode wijn. De druif wordt voornamelijk aangeplant in de streek Rioja. Wijnen die met de Graciano druif worden gemaakt, kenmerken zich door hun diepe rode kleur, de sterke aroma´s en hun mogelijkheid tot lang rijpen.

 

Grenache (Garnacha)

Voluit: Grenache Noir, want er is ook een Grenache Blanc en een Grenache Gris. En in Spanje wordt hij Garnacha genoemd waar hij van origine vandaan komt. Deze druif wordt veel gebruikt voor het maken van rosés en wordt in het oosten van het zuidelijke Rhône gebied gebruikt in de melange met andere rassen zoals Syrah, Mourvedre, Cinsault en Carignan. Grenache is een druif die zorgt voor fruit en rondheid en kan zeer toegankelijke wijnen geven met weinig tannines en een lage zuurtegraad. Grenache heeft ook zijn weg gevonden naar Californië en Australië, waar hij in de regel deel uitmaakt van zogeheten Rhône-blends.

 

Grenache Noir

Grenache Noir (Garnache) is een sterke druivensoort voor rode wijn, die goed tegen extreme hitte kan. De druif heeft een dunne schil met weinig pigment en is daarom zeer geschikt om rosé te produceren. De rode wijnen van de Garnacha kunnen wat weinig kleur hebben. De druif rijpt lang en kan zo een zeer hoog suikerniveau ontwikkelen. De wijnen van de Garnacha kenmerken zich door een zeer fruitige bijna zoete smaak waarin bramen en wat peper zijn te ontdekken. De Garnacha is in Spanje’s enorme wijnbouwareaal de meest aangeplante donkere wijnstok. Hij is een van de ingrediënten van Spanje’s beroemde wijn Vega Sicilia.

 

Jurançon

Productieve, snel groeiende druivensoort voor rode wijn. Typische druivensoort van het zuidwesten van Frankrijk. Misschien een afstammeling van de zeer productieve soort Aramon. De wijn is licht gekleurd met veel alcohol, de smaak niet erg intens en wordt meestal gebruikt in een blend met wijnen van andere druivensoorten.

 

Lagrein

Regionale specialiteit van Südtirol / Alto Adige en Trentino in Noord Italië. Produceert zowel rosé als rode wijn van het type Dunkel / Scuro. Serieuze Lagrein biedt een geheel eigen, fluwelige en tegelijk vaak wat ‘rokerige' smaak.

 

Malbec

De Malbec stamt uit het Franse Zuidwesten en heeft van nature een wat rustiek karakter. Malbec vormt het hoofdbestanddeel van de wijnen uit Cahors en maakt in Bordeaux en wijde omgeving soms in bescheiden mate deel uit van de assemblage.
Malbec heeft een tweede thuis gevonden in Argentinië en is daar op ruime schaal aangeplant. Argentijnse Malbec, ook wel geschreven als Malbeck, kan bijzonder goede wijnen met veel structuur en volheid opleveren. Het zijn wijnen die uitstekend op hout kunnen rijpen. Ook het buurland Chili kan zeer goede Malbecwijnen produceren.

 

Mazuelo

Een bijzonder productieve druivensoort voor rode wijn die laat uitkomt en daarom zelden last heeft van schade door vorst. Deze soort rijpt ook laat en kan derhalve goed gekweekt worden in een warm tot heet klimaat. De wijnen ervan zijn nogal rijk aan tannine en hebben vrij veel zuur. De keur is diep. Deze druivensoort wordt meestal gebruikt in blends. Vooral in het zuiden van Frankrijk is de Carignan volop aangeplant, en is hij zelfs de grootste variëteit. In Spanje (Cariñena, Mazuelo) is hij in volume de derde druivensoort.

 

Merlot

Een van de klassieke druiven van de Bordeaux en de belangrijkste druif in Saint-Emilion, Fronsac en Pomerol. Merlot is de vaste partner van de Cabernet Sauvignon, maar wel heel anders van karakter. Minder tanninerijk, dus soepeler en makkelijker toegankelijk. Merlot wordt gebruikt om de Cabernet Sauvignon wat te verzachten, en omgekeerd wordt de Cabernet Sauvignon gebruikt om Merlot meer beet en ruggengraat te geven. Merlot hoeft niet te rijpen, maar de betere kan dat zeker.
In het voetspoor van de Cabernet heeft de Merlot zich verspreid over de hele wereld. En heeft inmiddels zijn eigen plaats gekregen. Een waar Europees Merlot-bolwerk buiten Bordeaux is Noordoost Italië, en dan met name Südtirol / Alto Adige. Hetzelfde geldt voor het kanton Ticino in Zwitserland.
De Nieuwe Wereld heeft zich evenmin onbetuigd gelaten bij het aanplanten ervan. Eerst gebeurde dat hoofdzakelijk om de Merlot met de Cabernet te mengen, nu om aan de al maar stijgende vraag naar dit type te voldoen. Merlot is in vrijwel alle belangrijke wijnlanden te vinden.

 

Meunier

De Meunier heet officieel Pinot Meunier, en is een blauwe druivensoort die wit sap oplevert. De Meunier wordt veelal gebruikt voor Champagne; het is de meest aangeplante Champagne-variëteit samen met de Pinot Noir en Chardonnay. Deze druivensoort is goed bestand tegen eventuele lente-vorst, omdat hij later bloeit dan de Pinot Noir en de Chardonnay. De Meunier-druiven worden gebruikt in de Champagne om wat extra karakter en levendigheid toe te voegen. In Duitsland heet deze druif Schwartzriesling of Müllerrebe.

 

Molinara

Druivensoort voor rode wijn die in de blend voor Valpolicella uit Italië een rol speelt. De wijnen van Molinara zijn meest licht en met relatief hoge zuren.

 

Mondeuse

Typisch regionale druif, nauw verbonden met de Savoie, en bij serieuze teelt goed voor sappige en peperige cépagewijnen die goed kunnen rijpen. Wordt in Bugey geassembleerd met Gamay en Pinot Noir.

 

Montepulciano

Italiaanse druif met een wat verwarrende naam, want zonder ook maar de minste of geringste relatie met het gelijknamige Toscaanse stadje waar de Vino Nobile vandaan komt. Montepulciano is de belangrijkste blauwe druif in regio's als Abruzzo en Marche (Rosso Conero en Rosso Piceno.) Goed voor stevige wijnen me kleur en structuur.

 

Mourvèdre

Meer nog dan de Grenache een uitgesproken mediterrane druif die gerekend wordt tot de groep van zogeheten 'Rhône-variëteiten'. Is wellicht afkomstig uit Spanje, uit de omgeving van Murviedro (Valencia) of die van Mataro (Catalonië).
Mourvèdre is een veeleisende druif die absoluut warme, beschutte plaatsen nodig heeft en die rijke wijnen met veel alcohol en tannine produceert. Lange tijd werd aangenomen dat Mourvèdre synoniem was van de in Spanje op ruime schaal aangeplante Monastrell, maar recent DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat dit niet het geval is. Er is hoogstens verwantschap. 'Echte' Mourvèdre is te vinden in Zuid-Frankrijk. Daar maakt hij in de regel deel uit van assemblages met Grenache, Syrah etc. Mourvèdre is het belangrijkste ras in de Provençaalse appellation Bandol.
Buiten Europa is hij aangeplant in Australië en Californië, waar hij ook wel Mataro wordt genoemd.

 

Nebbiolo

De klassieke druif van Piemonte waarvan de naam ontleend is aan het woord nebbio, Italiaans voor nevel of mist. Nebbiolo is uitermate kieskeurig wat betreft terroir en zelfs binnen Piemonte slechts op beperkte schaal aangeplant. Buiten Piemonte is dit druivenras helemaal zeldzaam.
Nebbiolo geeft wijnen met veel tannines en zuren. De bekendste daarvan zijn Barolo en Barbaresco. Ondanks hun grote reputatie en hoge prijs kunnen deze wijnen nogal eens teleurstellend dun en droog zijn als gevolg van een te lange rijping op oud hout. Wijnen gemaakt in een moderne(re) stijl zijn echter magnifiek.

 

Negroamaro

Negroamaro is een nieuwkomer, die samen met de Nero d’Avolo en de Primitivo steeds meer fans krijgt. De Negroamaro heeft verschillende andere namen: Abbruzzese, Albese, Arrise, Jonico, Mangiaverme, Negro Amaro, Nero Amaro, Nero Leccese, Nicra Amaro, Niuru Maru en Uva Cane zijn allemaal synoniemen voor deze druif. De Negroamaro wordt in Italië veel aangeplant, met name in Apulië. Mogelijk is de druif in een ver verleden door de Grieken naar Italië gebracht. Negroamaro betekent ‘zwart-bitter’. De Negroamaro zorgt vaak voor intense en krachtige wijnen met een intense robijnrode kleur. Een goede Negroamaro wijn heeft een warme en volle smaak, met in de afdronk een aangename bittere smaak.

 

Nerello Mascalese

Nerello Mascalese komt vooral voor op Sicilië, met name in het gebied rond de Etna. Het gaat om een wijnstok met grote vegetatieve en productieve sterkte, een serieuze en betrouwbare variëteit. Nerello Mascalese geeft diep paarsrode wijnen. De zoete en sappige smaak doet denken aan aardbeien en rode bessen, met een klein bittertje.

 

Nero d'Avola

Belangrijkste inheemse blauwe druif op Sicilië met goede zuren en tannine en een goed rijpingspotentieel. Wint daar steeds meer aan populariteit na een poosje in de schaduw te hebben gestaan van ‘internationale' druivenrassen. Wordt zowel in pure vorm als in assemblages uitgebracht.

 

Petit Verdot

Een van de vijf druiven in de ‘klassieke' Bordeauxassemblage. Net als Malbec echter lang niet altijd gebruikt en dan enkel nog maar in kleine hoeveelheden. Petit Verdot rijpt erg laat, nog na de Cabernet Sauvignon, maar is door zijn dikke schil weinig gevoelig voor rotting. Petit Verdot op zijn best geeft wijnen met veel kleur, concentratie en pittigheid. Het probleem is alleen dat hij maar zelden echt voldoende rijp wordt. Petit Verdot is ook buiten Bordeaux op bescheiden schaal aangeplant, vrijwel altijd met het oog op een Bordeauxblend. Af en toe wordt hij ook wel eens als pure cépagewijn uitgebracht.

 

Pinot Meunier

De derde en meest verzwegen druif in het rijtje van drie in de Champagne. Minder ‘edel' dan de Pinot Noir, maar des te meer een onontbeerlijk werkpaard en dienovereenkomstig ruim aangeplant. Geeft lichte rode wijnen zonder opvallende kwaliteiten. In Duitsland (Württemberg) wordt pinot meunier vreemd genoeg aangeduid als schwarzriesling, hoewel hij absoluut niets gemeenschappelijks met echte riesling heeft.

 

Pinot Nero (Pinot Noir)

Pinot Nero (Pinot Noir) staat voor subtiliteit, charme en soepel fruit. Zeer kenmerkend voor de Pinot Noir is zijn ‘terroirgevoeligheid’. De kleinste nuanceverschillen in bodem en klimaat zijn al in de wijnen terug te proeven, te meer omdat Pinot Noir bijna altijd ongemengd blijft. Pinot Noir heeft zijn faam in de eerste plaats te danken aan grote rode Bourgognes. Wijnen met een goede kleur, extract en zuiverheid in geur en smaak. De wijnen hebben zelden dezelfde intensiteit als die van Cabernet Sauvignon of Syrah, maar dat Pinot Noir geen wijn met kleur en structuur zou kunnen geven is een fabeltje. Gebrek aan kleur en inhoud is eerder het gevolg van te hoge opbrengsten in de wijngaard en te korte inweking tijdens het wijnbereidingsproces. De Pinot Noir is een moeilijke druif is, hij gedijt alleen in relatief koele gebieden. Behalve de Bourgogne is dat in Frankrijk ook in de Champagne en dan vooral in de Côte de Reims. Daar wordt Pinot Noir geassembleerd met de witte Chardonnay en de blauwe Pinot Meunier. Hij zorgt voor een stevige, volle stijl champagne. Nieuw-Zeeland geldt op dit moment met recht als een van de opkomende gebieden voor Pinot Noir, waar werkelijke prachtige exemplaren worden gemaakt. Pinot is ook thuis in Sancerre, de Elzas en in Valais in Zwitserland. Vergeet trouwens ook Duitsland niet waar de Pinot Noir spätburgunder heet en levert er al maar meer volle, krachtige wijnen. Een ander land waar de Pinot Noir al definitief zijn plaats gevonden heeft is de VS. Binnen Californië zijn er zelfs diverse regio's waar Pinot Noir als specialiteit gekoesterd wordt maar ook Oregon heeft een innige band met Pinot. De staat dankt er zelfs zijn reputatie aan.

 

Pinot Noir (Pinot Nero / Spätburgunder)

Pinot Noir staat voor subtiliteit, charme en soepel fruit. Zeer kenmerkend voor de Pinot Noir is zijn ‘terroirgevoeligheid’. De kleinste nuanceverschillen in bodem en klimaat zijn al in de wijnen terug te proeven, te meer omdat Pinot Noir bijna altijd ongemengd blijft.
Pinot Noir heeft zijn faam in de eerste plaats te danken aan grote rode Bourgognes. Wijnen met een goede kleur, extract en zuiverheid in geur en smaak. De wijnen hebben zelden dezelfde intensiteit als die van Cabernet Sauvignon of Syrah, maar dat Pinot Noir geen wijn met kleur en structuur zou kunnen geven is een fabeltje. Gebrek aan kleur en inhoud is eerder het gevolg van te hoge opbrengsten in de wijngaard en te korte inweking tijdens het wijnbereidingsproces.
De Pinot Noir is een moeilijke druif is, hij gedijt alleen in relatief koele gebieden. Behalve de Bourgogne is dat in Frankrijk ook in de Champagne en dan vooral in de Côte de Reims. Daar wordt Pinot Noir geassembleerd met de witte Chardonnay en de blauwe Pinot Meunier. Hij zorgt voor een stevige, volle stijl champagne. Nieuw-Zeeland geldt op dit moment met recht als een van de opkomende gebieden voor Pinot Noir, waar werkelijke prachtige exemplaren worden gemaakt.
Pinot is ook thuis in Sancerre, de Elzas en in Valais in Zwitserland. Vergeet trouwens ook Duitsland niet waar de Pinot Noir spätburgunder heet en levert er al maar meer volle, krachtige wijnen. Een ander land waar de Pinot Noir al definitief zijn plaats gevonden heeft is de VS. Binnen Californië zijn er zelfs diverse regio's waar Pinot Noir als specialiteit gekoesterd wordt maar ook Oregon heeft een innige band met Pinot. De staat dankt er zelfs zijn reputatie aan.

 

Pinotage

Pinotage is de enige ‘eigen’ blauwe druif van Zuid-Afrika en is een kruising van Pinot Noir en Cinsaut. Cinsaut werd in Zuid-Afrika - ten onrechte - 'Hermitage' genoemd, vandaar de samengestelde naam Pinotage. Het aandeel van de Pinotage aanplant is slechts een paar procent in Zuid-Afrika, maar door zijn unieke status is zijn rol toch belangrijk.
Pinotage gedijt het best in wijngaarden in gebieden die niet te ver van de Atlantische of Indische oceaankust af liggen. Pinotage heeft een uitgesproken aroma en de stijlen kunnen variëren van modern fruitig en houtvrij, via traditioneel kruidig en leerachtig, tot klassiek geconcentreerd, houtgerijpt en met rijpingspotentieel. Op eiken gelagerd geeft de Pinotage de kenmerken; kruidig, zwarte peper, munt, eucalyptus en violen. De unoaked verise heeft kenmerken als bananen, aardbeien, pruimen en kersen.

 

Primitivo

Primitivo is een druivensoort die in Italië voorkomt. Het is in feite dezelfde druif als de Zinfandel, een typisch Californische druif die in Amerika vaak kortweg Zin genoemd wordt. Zinfandel of Primitivo is van Kroatische afkomst en heeft een zeer uitgesproken karakter. Bijna even terroirgevoelig als de Pinot Noir en tegelijk bruikbaar voor alle denkbare typen wijn, van halfzoete rosé (White Zinfandel) tot portachtig en van beaujolaisachtig tot zeer krachtig. Op z'n best in Sonoma in zeer oude wijngaarden, d.w.z. van tot wel een eeuw oud. Grote Primitivo's hebben veel alcohol - 15% is niets bijzonders - en veel extract. Kenmerkende aroma's zijn o.a. frambozen en zwarte peper.

 

Refosco

Het druivenras Refosco komt oorspronkelijk uit Friuli in het noorden van Italië, tegen de Sloveense grens. Deze inheemse soort wordt manueel geoogst aan het einde van september en in het begin van oktober. De volledige naam van deze typische druivensoort is Refosco dal Penduncolo Rosso. Deze eeuwenoude druif en deze wijn waren lange tijd in de vergeethoek geraakt. Keizerin Livia (58 voor Chr. – 29 na Chr. ) wilde echter al alleen maar refosco drinken, en ook Casanova schreef al dat ‘de refosco uitstekend was’. De refosco is, in tegenstelling tot vroeger, een stuk minder wild geworden. De druif levert elegante, krachtige wijnen op met een grote persoonlijkheid. De wijnen hebben een robijnrode kleur en een kruidige geur. De smaak is breed en stevig, houdt lang aan en doet denken aan kleine rode vruchtjes: bessen, bramen en bosaardbeitjes. In de lange afdronk is een zacht bittertje te vinden. Om de wijn enigszins te verzachten wordt vaak merlot gebruikt.

 

Regent

Duitse kruising, speciaal ontwikkeld voor koelere gebieden met moeilijk groeiomstandigheden. Regent is ook op vrij grote schaal aangeplant in Nederlandse wijngaarden. Opvallend diep van kleur voor een zo noordelijk groeiende blauwe druif!

 

Rondinella

Een blauwe druif die hoofdzakelijk wordt verbouwd in de Noord-Italiaanse regio Veneto. De druif wordt, naast de hoofddruif Corvina, voornamelijk gebruikt in Valpolicella en Bardolino wijnen.

 

Sangiovese

Dit is het meest aangeplante druivenras voor rode wijn in Italië, en vooral in het midden van Italië. De lijst van synoniemen is door die grote verspreiding en de variatie in klonen lang: Sangioveto, Brunello, Prugnolo gentile enz.
Sangiovese is op zijn best in Toscane en Umbrië, waar hij wijnen met de nodige tannines en zuren geeft en waar hij soms aanvulling krijgt van andere rassen. Voorbeelden van grote Italiaanse wijnen die in hun geheel of grotendeels van Sangiovese gemaakt worden zijn o.a. Chianti, Vino Nobile di Montepulciano, Brunello di Montalcino en Carmignano. Kwalitatief interessante Sangiovesewijnen van buiten Italië komen vooral uit Californië.

 

Shiraz (Syrah)

Shiraz is een druif die zijn oorsprong vindt in Frankrijk (voornamelijk Rhônegebied), waar hij 'Syrah’ wordt genoemd. De Shiraz geeft vaak elegante en levendige wijnen, met een typisch gerookt aroma, kruidig, met zwarte peper, menthol, kaneel, anijs, fruitig (zwarte bessen, frambozen, kersen), pure chocolade, koffie, rozijnen en vanilletonen. De Shiraz laat zich goed mengen met Cabernet Sauvignon en Cinsaut.
De Syrah komt historisch gezien wellicht uit de omgeving van de Shiraz in Iran, maar zijn ware thuisbasis is de Noordelijke Rhône. Meer naar het zuiden, in bijvoorbeeld Gigondas, Châteauneuf en Vacqueyras, gebruikt men hem als aanvulling op de Grenache. In de Languedoc en de Roussillon is de Syrah in opmars, hetzij als onderdeel van assemblages, hetzij puur gebotteld.
Behalve het Franse Zuiden is Australië een belangrijke Syrah-producent. De druif heet daar dan Shiraz. Bovendien smaakt de wijn meestal anders dan de versies uit Frankrijk, minder pittig en meer 'jammy'. Shiraz/Syrah is ook te vinden in Zuid-Afrika, Argentinië, Chili en Californië. De aanplant neemt daar sterk toe als gevolg van zijn populariteit bij zowel wijnmakers als wijndrinkers.

 

Spätburgunder (Pinot Noir)

Pinot noir lijkt in alles de tegenhanger van de cabernet sauvignon. Pinot noir staat voor subtiliteit, charme en soepel fruit. Vergeleken met de cabernet is hij over het algemeen rijker aan zuren en armer aan tannines. En, als het goed is, van een bijzondere puurheid.
Zeer kenmerkend voor pinot noir is zijn 'terroirgevoeligheid'. De kleinste nuanceverschillen in bodem en klimaat zijn al in de wijnen terug te proeven, te meer omdat pinot noir bijna altijd ongemengd blijft. Er valt dus niets te verdoezelen of te corrigeren. Pinot noir deelt deze eigenschap met zijn witte tegenhanger riesling.
Pinot noir heeft zijn faam in de eerste plaats te danken aan grote rode Bourgognes. Wijnen met een goede kleur, extract en zuiverheid in geur en smaak. De wijnen hebben zelden dezelfde intensiteit als die van cabernet sauvignon of syrah, maar dat pinot noir geen wijn met kleur en structuur zou kunnen geven is een fabeltje. Gebrek aan kleur en inhoud is eerder het gevolg van te hoge opbrengsten in de wijngaard en te korte inweking tijdens het wijnbereidingsproces.
Aangezien pinot noir erg kieskeurig is, om maar niet te zeggen een moeilijk druif, is zijn verspreiding niet onbeperkt. Hij gedijt alleen in relatief koele gebieden. Behalve de Bourgogne is dat in Frankrijk ook in de Champagne en dan met name in de Côte de Reims. Daar wordt pinot noir geassembleerd met de witte chardonnay en de pinot meunier. Hij zorgt voor een stevige, volle stijl champagne.
Maar er is meer. Pinot is ook thuis in Sancerre en de Elzas in Frankrijk. En in Valais in Zwitserland. Vergeet trouwens ook Duitsland niet. Pinot noir heet daar spätburgunder en levert er al maar meer volle, krachtige wijnen. Spätburgunders nieuwe stijl zijn te vinden in o.a. Baden, de Rheingau en zelfs in het noordelijke Ahrdal.
Een land buiten Europa dat de afgelopen tijd enorm veel opzien gebaard heeft met pinot noir is Nieuw Zeeland, waar met name het gebied Central Otago grote wijnen voortbrengt. Een ander land waar de pinot noir al definitief zijn plaats gevonden heeft is de VS. Binnen Californië zijn er zelfs diverse regio's waar pinot noir als specialiteit gekoesterd wordt: de Russian River Valley in Sonoma, Carneros, Monterey en Santa Barbara.
Ook Oregon, onderdeel van de Pacific Northwest, heeft een innige band met pinot. De staat dankt er zelfs zijn reputatie aan.

 

Syrah (Shiraz)

Stoer, krachtig, geconcentreerd. Zie daar een paar typeringen voor syrah, alias shiraz. Kenmerkend zijn ook een diepe kleur, stevig fruit en de nodige kruidigheid. Geen makkelijke druif, maar wel een die wijnen met veel karakter geeft. Gedijt het best in een mediterrane omgeving op arme bodems en geeft wijnen die goed kunnen rijpen. De benamingen 'syrah' en 'shiraz' worden losjes door elkaar gebruikt. Ze refereren in de regel aan verschillende smaak stijlen: de eerste is wat pittiger, de tweede wat fruitiger. De wijnen kunnen zowel op zichzelf gebotteld als gemengd worden met andere druivenrassen. Zo'n assemblage is ofwel een Rhôneblend met o.a. grenache, ofwel een met cabernet sauvignon. De syrah komt historisch gezien wellicht uit de omgeving van de Shiraz in Iran, maar zijn ware thuisbasis is de Noordelijke Rhône. Daar is hij te vinden in klassieke appellations als Hermitage, Côte-Rôtie, Cornas, evenals in Saint-Joseph en Crozes-Hermitage. Meer naar het zuiden, in bijvoorbeeld Gigondas, Châteauneuf en Vacqueyras, gebruikt men hem als aanvulling op de grenache. In de Languedoc en de Roussillon is de syrah in opmars, hetzij als onderdeel van assemblages, hetzij als onversneden gebotteld. Behalve het Franse Zuiden is Australië een belangrijke syrahproducent. De druif heet daar overigens shiraz. Bovendien smaakt de wijn meestal anders dan de versies uit Frankrijk, minder pittig en meer 'jammy'. Australië's beroemdste wijn, de Grange - vroeger: Grange Hermitage! - is zo'n Shiraz. Wat je in Australië trouwens veel tegenkomt zijn assemblages van shiraz met cabernet sauvignon. Shiraz/syrah is ook te vinden in Zuid-Afrika, Argentinië, Chili en Californië. De aanplant neemt daar sterk toe als gevolg van zijn populariteit bij zowel wijnmakers als wijndrinkers.

 

Tannat

De tannat is een curieus geval! Om zijn karaktereigenschappen en om zijn verspreiding. Hij groeit enkel in het Franse Zuidwesten, met name in Madiran, en in Uruguay. Hij zorgt in Madiran voor stoere wijnen met veel kleur en een lading tannines. De naam tannat zou zelfs direct afgeleid zijn van die tannines. Het zijn wijnen die letterlijk en figuurlijk 'getemd' moeten worden, maar die ook veel karakter te bieden hebben! Ze kunnen goed tegen opvoeding op nieuwe eiken vaten en rijpen bovendien goed. Baskische emigranten hebben de tannat eind 19e eeuw meegenomen naar Zuid Amerika. In Uruguay is hij zelfs de 'nationale' druif geworden. De Uruguayaanse versie van de tannat smaakt in de regel heel wat minder tanninerijk dan die uit Madiran.

 

Tarrango

Tarrango is een unieke Australische druivensoort, die in 1965 is ontstaan door kruising van de rode Portugese druivensoort Touriga en de witte Sultana. Deze druif gedijt uitstekend in het zonnige klimaat van Australië. De Tarrango staat bekend om zijn rijpe aroma, zachte tannines en de volheid van zacht fruit, voornamelijk frambozen. Tarrango levert een bijzondere en avontuurlijke wijn op.

 

Tempranillo

Tempranillo is de nationale druif van Spanje en daar bekend onder diverse namen, zoals Cencibel, Tinto del pais of Ull de llebre. Tempranillo wordt veel aangeplant in streken als Rioja, Ribera del Duero, Valdepeñas, Navarra, Costers del Segre en langs de Middellandse Zeekust. De Tempranillo druiven rijpen vroeg en hier dankt hij dan ook zijn naam aan. Immers Temprano betekent in het Spaans 'vroeg'.
De druif produceert wijnen met veel kleur en structuur die goed op hout kunnen rijpen. Zijn zuurgraad is relatief laag, wat de toegankelijkheid ten goede komt. Tempranillo wordt zowel ongemengd als geblend op de markt gebracht.
Ook in Portugal is Tempranillo te vinden en daarmee een van de weinige Spaanse rassen in dat land. De Portugezen noemen hem Tinta roriz of Aragonez. Buiten het Iberisch schiereiland is de druif enkel te vinden in Argentinië, waar hij de naam Tempranilla draagt.

 

 

Tibouren

Deze provençaalse druif, typisch voor de regio rond St.-Tropez, is ideaal voor het produceren van rosé. Rosé’s die zijn gemaakt van de Tibouren druif zijn zeer aromatisch en ruiken en smaken naar de typische provençaalse kruidigheid. De wijnen zijn niet geschikt om lang te bewaren.

 

Tinta Barroca

Een blauw druivenras die onder andere gebruikt wordt voor het maken van port. Het is een makkelijk te verbouwen druivenras met een hoog rendement. Door zijn aanpassingsvermogen wordt deze duif veel verbouwd op de koudere noordelijke hellingen. Hierdoor krijgt de druif minder zon maar ondanks dit bouwt hij genoeg suikers op en wordt er genoeg zuur afgebroken in de druif. De druif geeft aangename tannines en vol rood fruit mee aan een wijn. Gebieden waar de druif in ruime mate is aangeplant zijn Portugal in de Douro vallei maar ook Zuid-Afrika.

 

Tinta Cão

Een blauwe druivensoort die geld als een van de belangrijkste componenten van goede rode port. Daarnaast wordt de druif ook gebruikt voor hoge kwaliteit wijnen uit het Noorden van Portugal. De druif is moeilijk te verbouwen en geeft een laag rendement. In wijn geeft de druif complexiteit, lengte, verfijning en spanning. De Douro vallei en Dao gelden als bakermat van deze druif. De druif komt verder ook mondjesmaat in andere wijnstreken in Portugal voor.

 

Tinta Roriz

Een typisch Spaanse druivensoort voor rode wijn, die vroeg rijp is. De Tinta Roriz heeft een dikke schil en brengt wijnen voort met een diepe kleur, met weinig alcohol en die lang bewaard kan worden zonder kleur te verliezen. De wijn heeft een fruitige smaak en geur, met weinig zuur en sommige wijnen hebben iets van specerijen en rood fruit. syn: Tempranillo.

 

Touriga Francesca

Een blauwe druivensoort die geldt als een van de belangrijkste ingrediënten voor rode port. Een hoog rendement zorgt ervoor dat deze druif meer verbouwd wordt dan de weliswaar beter voor port geschikte Touriga Nacional. De druif geeft een uitgesproken smaak en een fijn bouqet aan de port. De druif komt vooral voor in de Portugese Douro vallei.

 

Touriga Nacional

Wellicht de bekendste en zeker de beste blauwe druif van Portugal. De touriga nacional is klein van stuk, maar geeft zeer geconcentreerde wijnen met veel kleur en tannines. Hij wordt gebruikt voor port en voor droge wijnen, zoals Douro en Dão. In de regel gebeurt dat in een assemblage, maar af en toe kom je hem ook als cépagewijn tegen.

 

Trincadeira

Een Portugese druivensoort, ook wel Tinta Amarela genoemd, voor rode wijn die voornamelijk gebruikt wordt voor het maken van port. Deze soort, die een goede kleur geeft, is niet erg bestand tegen rot en kan snel tegen oogsttijd makkelijk en snel overrijpen. Komt ook voor in de Dão en Alentejo.

 

Xynomavro

De ‘zure zwarte druif', op ruime schaal aangeplant in Midden- en Noord-Griekenland. Anders dan de naam misschien doet vrezen, vormt xynomavro de basis van bekende wijnen als Rapsani en Naoussa, die goed kunnen rijpen. Ze beschikken over een levendige smaak met de nodige beet.

 

Zinfandel

Typisch Californische druif, in Amerika vaak kortweg Zin genoemd, van Kroatische afkomst met een zeer uitgesproken karakter. Bijna even terroirgevoelig als de Pinot Noir en tegelijk bruikbaar voor alle denkbare typen wijn, van halfzoete rosé (White Zinfandel) tot portachtig en van beaujolaisachtig tot zeer krachtig. Op z'n best in Sonoma in zeer oude wijngaarden, d.w.z. van tot wel een eeuw oud. Grote Zinfandels hebben veel alcohol - 15% is niets bijzonders - en veel extract. Kenmerkende aroma's zijn o.a. frambozen en zwarte peper.

 

Zweigelt

Meest aangeplante Oostenrijkse blauwe druif, in de jaren 20 ontwikkeld als kruising van blaufränkisch en st laurent. Van de eerste heeft hij de beet, van de tweede de vlezigheid. Meestal gebruikt voor wijnen om jong te drinken, maar sommige kunnen aardig rijpen.